Luchtbegrafenis
Hoe je danste voor de gier die zich verveelde,
net zolang je jas uitsloeg tot hij zijn vleugels,
jij je vingers spreidde, hij zijn pennen, jij de inkt
en samen dansten jullie, ieder aan zijn eigen kant
van het hek. Hoe jullie dansten. Hoe jij schetste.
Je bent nog steeds dichtbij als ik bij de vale gieren sta
en die grote vleugels zie, hun blote nekken met koppen
die verdwijnen in het vlees van een karkas.
Hoe je je jas opendoet, de sleetse beige burberry
met geruite binnenkant. Hoe je hurkt voor het gaas,
je hoofd beweegt en wordt gezien door die ene
vale gier. Hoe je hurkt en hipt, de gier hipt
met je mee. Zo danst er niemand meer.
Katelijne Brouwer
Brouwer, Katelijne