Gedicht van de week

De bizon en het manenschaap (Stadsgedicht 28)

Bezoekers dierentuin:

Hee, kijk! Kijk eens hier.
Wat is dat voor een dier?

Bizon:

Ik ben het dier van de zon.
De volle zon,
de stralende zon,
van alles wat ademt de bron.

Bezoekers dierentuin:

Hee, kijk! Kijk eens hier.
Wat is dat voor een dier?

Manenschaap:

Ik ben het dier van de maan.
De koele maan,
de zilveren maan,
verder dan ver hier vandaan.

Bezoekers dierentuin:

Aha! Nou, nou! Niet slecht!
Maar wie zijn jullie écht?
Bizon: Ik ben een prairierenner.
Manenschaap: Ik ben een bergbeklimmer.

Bizon: Ik ben een stampende kracht.

Manenschaap: Ik ben pezig en zacht.

Bizon: Ik ben de baas van de dag.

Manenschaap: Ik ben prinses van de nacht.

Bizon: Ik ben de beste.

Manenschaap: Nee! Dat ben IK.

Bizon: Jij sloom schaap!

Manenschaap: Jij lompe os!

Bizon: Jij mekkerbek!

Manenschaap: Jij stierennek!

Bezoekers dierentuin:

Finito! Basta! Stop!
We weten het. Hou op!
Een hoeven schrapend manenschaap
is bijzon-bijzon-bijzonder.
En een briesend bizonbeest
een indrukwekkend wonder.

Allen:

Wij zijn bijzon-bijzon-bijzonder,
een indrukwekkend wonder.
Wij zijn bijzon-bijzon-bijzonder,
een indrukwekkend wonder.

Mary Heylema

Toelichting:

De dierentuin van Zeist

Aan het begin van de twintigste eeuw leefden er in Europa bizons in het wild. Maar ze werden ernstig bedreigd, omdat er veel op gejaagd werd. Op zijn buitenplaats Gooilust in ’s-Graveland bezat meneer Blauuw al een bijzondere privédierentuin. In 1926 besloot hij de gemeente Zeist een bizonpaartje te schenken: Jupiter en Juno, die in Zeist al snel voor nakomelingen zorgden. De dieren konden er rustig in het Bisonpark – het huidige Bisonveld – leven en hadden er de Bisonstal tot hun beschikking. Niet ver van het Bisonpark was ook toen al ’t Jagershuys gevestigd, dat destijds geëxploiteerd werd door de heren A. en W. Kolfschoten. Zij richtten zes jaar later vlak achter hun uitspanning een dierentuin op: het Zeister Dierenpark. De dierentuin trok duizenden bezoekers, die kwamen kijken naar de kakatoes, bontkleurige amazone papagaaien, shetland pony’s, neus- en wasberen, dwerggeiten, kangoeroes, dam- en edelherten, struisvogels, apen, steenbokken, manenschapen, een tamme ooievaar en de vijver met flamingo’s. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dierenpark steeds kleiner en in 1945 sloot de dierentuin definitief zijn poorten.

Het lied De bizon en het manenschaap | De dierentuin van Zeist werd in het kader van het Internationaal Liedfestival Zeist 2022 geschreven door stadsdichter Mary Heylema en op muziek gezet door Matthijs Overmars. Dit projectlied vormt met twaalf andere dierentuinliederen de basis voor het project. Theatermaker Bram van Oers schreef er een verbindend verhaal bij over Mees, een jongen uit Zeist die bij de padvinderij zit. Wanneer hij bij de scouting is, droomt hij weg op het Bisonveld. Als hij wakker schiet, is hij ervan overtuigd dat er op deze plek vroeger wilde bizons leefden. Zijn vrienden lachen hem uit en denken dat hij te vaak indiaantje heeft gespeeld. Kan hij de anderen overtuigen van zijn gelijk?

Dinsdagochtend 21 juni werd het project afgesloten met een feestelijke voorstelling in de Grote Kerkzaal van de Broedergemeente in Zeist.

Heylema, Mary