Op een terras in de winter (Stadsgedicht 32)
Vergeten geuren drommen samen rond een nieuwe tijd.
De hemel sluit vannacht haar koude ogen stijf
alsof er hier slechts duisternis mag zijn
onzichtbaar weidelijk, verdonkerd ijs
herhaalt zich, maakt het bleke gras
tot een bejaagde, onbezonnen vlakte.
Maanlicht drijft door een verkild verlangen
schrijft ons een sneeuwjacht voor, ontsnapt
door gaten in het canvas dak, nachtzwart
schieten er stralen langs het uitgehard terras
waar poolwind ons heeft teruggebracht
tot onze dromen, ongeknakt
maar diep bevroren thans. Wij stemmen af
op alle afgelegen ethers der Sylvesternacht
waar glinsterende hagelstenen tot ons zingen – zacht
op het verkalkte overblijfsel van het jaar, de dag.
Jan-Paul Rosenberg. Geschreven naar aanleiding van een ontmoeting met een collega-dichter op het winterse terras van Café de Colonel aan de Slotlaan. Juli 2024
Rosenberg, Jan-Paul