Silvatopia (Stadsgedicht 64)
I avond
Terwijl de avond kleuren uitspuugt in het al,
laat jonge duisternis zijn oergeluiden vallen.
In stilgevallen lucht soezen verstarde stammen.
Ik voeg een wolk toe aan het prille zwart.
Droomwit ontwaakt een baldakijn van sterren.
Ik volg het pad van schemervissers langs de grens
waarop zij hengelen naar ingekeerde elementen.
II nacht
Schip op het land is de verstilde nacht.
Het woud wijdt zachte geuren tot kompas.
Ik filter ongekende tekens uit het duisterland.
Met woorden vorm ik een geraamte voor gedachten.
Ik koester nalicht dat in mijn geheugen slaapt
en als een trouwe god over de leegte waakt.
De hemel overstemt het water met de maan.
III ochtend
Ik ben een spoor dat door de bossen gaat;
raak boom na boom in loof en wortels aan.
Op nevels draai ik mee in een herinnering
aan sprengen, vol verwilderd ochtendlicht.
De dauw zwachtelt het onland onder zon.
Er is een valwind rond de hemelboog getrokken.
Een vogel zingt een ode aan gestorven sterrenvolk.
Jan-Paul Rosenberg
Voorgedragen bij de opening van de Open Monumenten Dagen Zeist op 12 september 2026 in het Beauforthuis. Het gedicht is geïnspireerd op de bossen rondom het Beauforthuis.
Rosenberg, Jan-Paul